Dromedarissen in de Wadi Rum (Jordanië)

In het Nabije Oosten leefden kamelen

Mel Gibson wilde zó graag een realistische film maken over de dood van Jezus van Nazareth, dat hij de acteurs dwong Aramees en Latijn te spreken. Of The Passion of the Christ daarmee een betere film werd, staat te bezien. Het Aramees klonk althans niet alsof de spelers begrepen wat ze zeiden. Maar eerlijk is eerlijk, er zijn films gemaakt met minder aandacht voor historische details. Jammer alleen dat Gibson niet ook het advies inwon van een bioloog, want dan zou de kijker niet die kameel hebben hoeven zien die in een scène pontificaal door Jeruzalem beent.

Kamelen leven vooral in Afghanistan en de Gobiwoestijn en kwamen in de Oudheid zelden voor in het Nabije Oosten. Ze hebben lange haren en dikke vetlagen om warmte vast te houden en korte poten om geen warmte verliezen. Dankzij die stevige poten kunnen ze zware lasten tillen. Het dier dat in het Nabije Oosten leeft, is daarvan in alles de tegenpool: een dromedaris heeft kort haar, lange poten en is een snelle renner.

Hoe komt die tweebulter in Jeruzalem? Het probleem is dat de dromedaris in de meeste oude talen werd aangeduid met een woord als gamal. In het Grieks werd dit verbasterd tot kamelos, waarvan het Engelse camel is afgeleid. De Grieken hadden daarnaast het woord dromedarios, “renner”. Toen Aristoteles vernam dat er behalve eenbulters ook tweebulters bestonden, besloot hij kamelos te reserveren voor de laatste soort. Dat Mel Gibson een kameel door Jeruzalem laat sjokken, komt mede doordat het Engels het onderscheid niet heeft overgenomen.

Het is overigens niet helemáál uit te sluiten dat er in Jezus’ tijd wel eens een tweebulter in Judea is geweest. Een eeuw later annexeerden de Romeinen het huidige Jordanië, en er werden munten geslagen om dat te gedenken. Zoals te doen gebruikelijk stond daarop iets afgebeeld dat in die contreien voorkwam: op sommige munten dromedarissen, op andere een kameel.

[Wordt vervolgd]

Blijf bevlogen en enthousiast jullie kennis overdragen, want dat is een genoegen om mee te maken tijdens de Livius-reizen en -cursussen: waarbij de humor zeker niet vergeten wordt!!

Jeanna Iliohan