De kust bij Marathon.

De Perzische Oorlogen waren beslissend voor de Europese cultuur

Tien jaar na de slag bij Marathon probeerde de Perzische koning Xerxes (reg. 486-465) Griekenland te veroveren. In de zomer van 480 versloeg hij een Grieks leger dat probeerde de toegang tot Griekenland te blokkeren, terwijl zijn zeemacht de vijandelijke vloot verdreef. Stormen en een verloren tweede zeeslag leidden echter tot grote Perzische verliezen, zodat het offensief niet verder kwam dan Athene en Korinthe. Om redenen die nooit helemaal duidelijk zijn geworden, trok Xerxes een groot deel van zijn troepen terug. Het restant werd in 479 v.Chr. door de Griekse legers verslagen.

Veel negentiende-eeuwse historici redeneerden dat als de Grieken de oorlog met Perzië zouden hebben verloren, de nieuwe heersers in Athene de democratie zouden hebben vervangen door een intolerante tirannie. De Atheense cultuur zou ten onder zijn gegaan in een draaikolk van oosters despotisme, irrationaliteit en wreedheid. De democratie en de Griekse filosofie zouden in de kiem zijn gesmoord en de Griekse cultuur zou een ander karakter hebben gekregen. De Duitse oudhistoricus Eduard Meyer (1855-1930) wist:

‘De uitkomst zou zijn geweest dat een soort kerk het Griekse leven en denken onder een juk zou hebben geplaatst en alle vrije dynamiek aan banden zou hebben gelegd. De nieuwe Griekse cultuur zou, zoals de oosterse beschavingen, een theologisch-religieus karakter hebben gehad.’

Laat voorop staan dat Meyer een belangrijk probleem aansnijdt: de vraag wat als? gaat in dit geval over niets minder dan de reden waarom de Griekse cultuur was zoals ze was. Helaas valt de vraag niet te beantwoorden met de stelligheid waarmee Meyer dat deed. Dat werd hem duidelijk gemaakt door Max Weber (1864-1920), die vooral bekend is geworden als grondlegger van de sociologie, maar zijn carrière begon als oudhistoricus. In een beroemd geworden wetenschapstheoretisch artikel, waarvan elke student geschiedenis tijdens zijn eerste of tweede jaar (meestal indirect) kennis neemt, “Kritische Studien auf dem Gebiet der kulturwissenschaftlichen Logik”, gaat Weber in op allerlei kentheoretische kwesties, die hij illustreert aan de hand van voorbeelden, zoals Meyers interpretatie van de Perzische Oorlogen. Hoe kon Meyer weten dat een Perzische overwinning de opkomst van de vrijheid, democratie en filosofie zou hebben verhinderd? Weber wees erop dat Meyers redenatie “contrafactisch” was: de betekenis van de gebeurtenis wordt afgeleid uit een speculatie over wat er zou zijn gebeurd als het anders was afgelopen. Zulke speculaties zijn notoir inaccuraat.

Nogal wat feiten zitten Meyer in de weg. In 493 v.Chr. accepteerde bijvoorbeeld een Perzische veldheer de democratie als bestuurssysteem in de Griekse steden in het Perzische Rijk. Het staat dus maar te bezien of de Perzen de democratie in Athene zouden hebben afgeschaft. De aanname dat de Perzen vijandig stonden tegenover rationalisme, is eveneens onhoudbaar: het onderzoeksprogramma van de astronomen in het Perzische Babylonië kenmerkte zich bijvoorbeeld door een methode die wij zuiver wetenschappelijk zouden noemen. Ook in een Perzisch Athene zou wellicht ruimte zijn geweest voor een Plato of een Aristoteles. Meyers typering van het oude Nabije Oosten als theologisch-religieus van aard is simpelweg onjuist en zegt meer over de vooroordelen van zijn tijd dan over de antieke realiteit (zie boven).

Meyers ideeën zijn zo op zowel logische als feitelijke gronden weerlegd, maar niet iedereen blijkt daarvan op de hoogte. Dat de Perzische Oorlogen beslissend zouden zijn geweest voor de vorming van de Griekse en de Europese cultuur wordt nog altijd uitgedragen. De simpele waarheid is echter dat we geen flauw idee hebben wat er zou zijn gebeurd als de Grieken hadden verloren.

[Wordt vervolgd]

Literatuur

Onduidelijke redenen van Xerxes’ terugtocht: J. Lendering, Oorlogsmist. Veldslagen en propaganda uit de Oudheid (2006) 46-67; Ed. Meyer, Geschichte des Altertums (1901), deel 3, blz. 445-446; M. Weber, “Kritische Studien auf dem Gebiet der kulturwissenschaftlichen Logik”, in: Gesammelte Aufsätze zur Wissenschaftslehre (1973), vooral blz. 286-287; eerste- of tweedejaarsstof: vgl. Ch. Lorenz, De constructie van het verleden (2006[8]), blz. 169vv; Perzische democratie: Herodotos, Historiën 6.43; astronomie in het Perzische Rijk: J. Lendering, Vergeten erfenis. Oosterse wortels van de westerse cultuur (2009), blz. 164-168; nog altijd uitgedragen: voorbeelden in J. Lendering, “Thermopylai. Cover-up en consequenties”, in: Groniek 183 (2009).

Wat ik leuk vind aan de boeken, de blogs en de cursussen is dat ik steeds iets aangewezen krijg dat ik zelf nooit zou hebben gezien, maar bijna altijd de moeite waard vond.

Nico de Ridder