Constantijn belegert een stad

Constantijn bekeerde zich na een visioen tot het christendom

De derde eeuw, waarin het Romeinse Rijk van alle zijden werd aangevallen, eindigde met een herstel van de orde. Wel was het zo dat er voortaan verschillende keizers tegelijk waren, elk verantwoordelijk voor een eigen sector in de grensverdediging. Officieel waren ze elkaars collega’s, maar dat wil niet zeggen dat de relaties altijd collegiaal waren. In 312 versloeg Constantijn, de keizer van het westelijkste deel, zijn in Italië residerende rivaal Maxentius. Dit gebeurde bij de Milvische brug, even ten noorden van Rome. Kort daarvoor zou Constantijn in een visioen een kruis hebben gezien met daarbij geschreven de woorden dat de God van de christenen hem de zege beloofde. Na de overwinning maakte een dankbare Constantijn een einde aan de christenvervolgingen en bekeerde hij zich zelfs tot het christendom. Dat is ongeveer wat in de schoolboekjes staat, en zo staat het ongeveer in het Leven van Constantijn dat de christelijke auteur Eusebios een kwart eeuw na de veldslag schreef.

Maar hoewel de keizer aan het einde van zijn leven inderdaad christen was, liggen de zaken verder aanzienlijk ingewikkelder. Om te beginnen waren de vervolgingen al voorbij. In de westelijke provincies was er al in 306 een einde aan gekomen. Er waren daar niet veel christenen, zullen Constantijn en Maxentius hebben gedacht, en het was zinloos energie te verspillen aan de bestrijding van hun religie. In de oostelijke provincies duurde de vervolging langer, maar in 311 maakte de daar residerende keizer Galerius er ook daar een einde aan. Korte tijd later overleed de enige vorst die werkelijk werk had gemaakt van de christenvervolging. In 312 viel er voor Constantijn dus niets meer af te schaffen.

Een tweede complicatie is dat met zekerheid valt te zeggen dat Constantijn een visioen heeft gehad in 309/310. In het voorjaar van 310 werd deze manifestatie van de zonnegod Apollo beschreven door een redenaar, en uit niets blijkt dat het te maken had met een veldslag. Uit deze tijd dateren ook munten die de keizer tonen als metgezel van de zonnegod. Het verhaal van Constantijns kruisvisioen is een kwart eeuw jonger. Rond 340 lezen we bij de al genoemde Eusebios het standaardverhaal over Constantijns bekering. Als dit alle feiten waren, zouden oudhistorici deze laatste informatie hebben uitgelegd als een verkeerd begrepen weergave van het Apollovisioen, temeer omdat Eusebios het verhaal van Constantijns zege al eens eerder had verteld in een ander boek, de Kerkgeschiedenis, en daarin toen geen kruisvisioen vermeldde.

Normaal gesproken zouden we hebben aangenomen dat Eusebios’ latere verslag beïnvloed is geweest door het feit dat Constantijn in 324 ook heerser werd van de oostelijke provincies, waar veel christenen woonden, en dat hij gedwongen was met hen samen te werken. Het is inderdaad niet uitgesloten dat Constantijn zijn verhaal heeft aangepast aan zijn nieuwe onderdanen; het kan zelfs te goeder trouw zijn gebeurd. De menselijke herinnering is immers als een hond die gaat liggen waar hij wil.

De complicerende factor is een pamflet met de titel De dood van de vervolgers, geschreven in 313 of 314 door de christelijke auteur Lactantius. Deze meldt daarin dat Constantijn en zijn medekeizer Licinius (de opvolger van Galerius) allebei wonderbaarlijke dromen hadden. Constantijn liet daarop het -teken (of iets dat erop leek) schilderen op de schilden van zijn soldaten. Lactantius legt dit uit als sympathiebetuiging aan het christendom en vermeldt even later dat Constantijn en Licinius het zogeheten Edict van Milaan uitvaardigden, waarin ze het einde van de vervolgingen bevestigden. Deze maatregel was belangrijker voor Licinius dan voor Constantijn. De belangrijkste vraag is nu of het -teken dat Constantijn op de schilden liet schilderen, in 312 al een christelijk symbool was.

In feite weten we dat niet. Er is uit Rome een moeilijk dateerbare christelijke graffito bekend, maar dat is – voor zover bekend aan de auteur van dit boek – alles. Het teken speelde wel met zekerheid een rol in de cultus van de zonnegod. Het lijkt er dus op dat Constantijn in 309/310 een lichtvisioen heeft gehad dat hij aanvankelijk uitlegde als afkomstig van Apollo. Het symbool dat hij bijna drie jaar later op de schilden liet schilderen, werd door christenen uitgelegd als teken van ’s keizers bekering, maar past even goed binnen de verering van de zonnegod. In 324 verwierf Constantijn de oostelijke provincies en ging hij samenwerken met de christenen. Nog eens tien jaar later was hij het visioen waarmee het was begonnen, gaan beschouwen als manifestatie van Christus.

Hij stierf in ieder geval zeker als christen. Eusebios zegt dat de keizer zich kort voor zijn dood liet dopen, en dat wordt bevestigd door Constantijns mausoleum in Constantinopel. Daar rustte hij te midden van de relieken van de twaalf apostelen, als was hij een tweede Christus. Voor de moderne lezer riekt dat naar blasfemie, maar voor een Romeinse keizer was het volkomen normaal om na zijn dood te worden erkend als god.

[Wordt vervolgd]

Literatuur

Eusebios, Leven van de zalige Constantijn 1.26-32; Apollovisioen: Panegyrici Latini 7 (6) 21.4-5; Eusebios, Kerkgeschiedenis 9.9; Lactantius, Dood van de vervolgers 44-46; -symbool: A. Schütze, Mithrasmysterien und Urchristentum (1972[3]), blz. 163. Zie verder D. Praet, De god der goden. De christianisering van het Romeinse Rijk (1995) en P. Weiss, ‘The vision of Constantine’, in: Journal of Roman Archaeology 16 (2003) blz. 237-259.

Het is altijd een feest om te komen luisteren en je verlaat de zaal altijd met een vooroordeel minder.

S. van der Aa