Re-enactors van Romeinse soldaten uit de eerste eeuw v.Chr. (Sempervivetum 2013)

Caesars laatste woorden waren “Et tu, Brute?”

Na Caesars overwinningen in Gallië draaide het Romeinse politieke leven om nog maar twee politici: Pompeius en Caesar.Ze kwamen gewapend tegenover elkaar te staan in een burgeroorlog. De laatste won. Vanaf 48 v.Chr. was Caesar alleenheerser in wat officieel nog steeds een republiek was. Veel senatoren, ook degenen die hun benoeming aan hem hadden te danken, vonden dat zoveel macht bij één man gevaarlijk was. Op 15 maart 44 v.Chr. vermoordden ze de al te succesvolle generaal. Een van de moordenaars was Marcus Junius Brutus Caepio, de zoon van Caesars maîtresse. De laatste woorden van de vernietiger van de republiek worden vaak aangehaald als “Et tu, Brute?”, “Ook jij, Brutus?”

Deze woorden zijn op geen enkele plaats vermeld vóór Shakespeares toneelstuk Julius Caesar. Betere papieren heeft “Tu quoque, Brute?”, wat hetzelfde betekent. Deze woorden zijn voldoende bekend om specialisten in de argumentatieleer ertoe te brengen de jij-bak officieel aan te duiden als het tu quoque-argument. Maar ook deze uitspraak heeft Caesar niet gedaan. Als hij al iets zei, deed hij dat in het Grieks. De biograaf Suetonius schrijft:

‘Toen hij merkte dat hij van alle kanten met getrokken dolken werd belaagd, omhulde hij zijn hoofd met zijn toga en trok gelijk met zijn linkerhand de plooien van zijn toga omlaag tot aan zijn voeten, zodat ook het onderste gedeelte van zijn lichaam bedekt zou zijn en hij er behoorlijk bij zou liggen. Alleen bij de eerste stoot kermde hij zonder een woord, al hebben sommigen overgeleverd dat hij, toen Marcus Brutus zich op hem stortte, in het Grieks tot hem heeft gezegd: “Ook jij, mijn zoon?”’

[Wordt vervolgd]

Literatuur

Suetonius, Caesar 82.2.

De enthousiaste en boeiende cursussen hebben er in belangrijke mate toe bijgedragen dat ik inmiddels zeven meter boeken over de klassieke oudheid heb gelezen.

Jan van Vliet