De door Archimedes gebouwde Euryalos-batterij bij Syracuse

Archimedes stak Romeinse schepen in brand met spiegels

Terwijl de Grieken streden tegen de Perzen en tegen elkaar, breidde in Italië de Romeinse republiek zijn macht gestadig uit. Rond 275 v.Chr. verenigde ze Italië, waarna oorlog uitbrak met de Karthagers, die een imperium hadden gesticht langs de kusten van Andalusië en noordelijk Afrika. Deze Eerste Punische Oorlog (264-241) ‘duurde zonder onderbreking vierentwintig jaren en was de meest lange, intensieve en grootschalige oorlog uit de geschiedenis’, noteerde de Griekse historicus Polybios (ca. 200- ca. 118). Hij overdreef niet. Aan één gevecht, de zeeslag bij Eknomos, namen 287 000 soldaten deel, een cijfer dat vermoedelijk niet overdreven is. Na afloop van het enorme conflict was Rome meester van Sicilië en zon Karthago op wraak.

De Tweede Punische Oorlog brak uit in 218. De Karthaagse generaal Hannibal (247-192) verbaasde de wereld door laat in het seizoen nog over de Alpen te trekken en Italië te veranderen in een oorlogszone. Onder de indruk van Hannibals successen koos de Siciliaanse havenstad Syracuse, een Romeinse bondgenoot, partij voor Karthago. In 213 begonnen de Romeinen aan de belegering van de afvallige stad, waarbij hun gevaarlijkste tegenstander de slimme ingenieur Archimedes (287-212) was, die allerlei nieuwe wapens ontwikkelde. Eén daarvan zou een brandspiegel zijn geweest waarmee hij vuur kon ontsteken aan boord van de Romeinse schepen. Het is een van de beroemdste gebeurtenissen uit de Oudheid; de reconstructie in Cabiria, een van ’s werelds eerste speelfilms (1914), is onvergetelijk.

De makers van het tv-programma MythBusters hebben al eens aangetoond dat het alleen mogelijk is een doel op deze wijze in brand te steken als het niet beweegt. Ze waren niet de eersten. In 1648 kwam de geleerde Athanasius Kircher tot soortgelijke conclusies. Hij wist met spiegels weliswaar een vlam te ontsteken op zo’n vijfentwintig meter afstand, maar begreep dat het wapen te onpraktisch om te kunnen functioneren. (Een werkende brandspiegel zou groter hebben moeten zijn dan de grootste telescoopspiegel die ooit is geslepen.) En dan hebben we het er nog niet over gehad dat de Romeinse schepen minutenlang stil zouden moeten blijven liggen in een zee zonder deining, terwijl de bemanning merkte dat ze – letterlijk – onder vuur werd genomen. De Romeinen mogen dan niet bekend hebben gestaan om hun capaciteiten als zeelieden, ze waren niet dom.

De experimenten hadden niet eens hoeven plaatsvinden, want onze beste bronnen noemen Archimedes’ wapen niet. Polybios, Livius en Ploutarchos, die de belegering van Syracuse en Archimedes’ uitvindingen gedetailleerd beschrijven, maken geen woord vuil aan spiegels. De eersten die iets vermelden dat erop lijkt, zijn de satiricus Lucianus en de arts Galenos, die allebei zo’n vierhonderd jaar na de gebeurtenissen leefden. Lucianus vergelijkt het in brand steken van vijandelijke schepen – hoe vertelt hij er niet bij – met een duidelijk fictieve ingenieursprestatie. Galenos beschrijft hoe huizen spontaan in brand kunnen vliegen, waaraan hij, zich blijkbaar onbewust van de tegenspraak, toevoegt dat men vertelde dat Archimedes ongeveer zo met fakkels vijandelijke schepen in brand had gestoken.

Deze twee anekdotes helpen ons niet verder, maar bewijzen wel dat in de tweede eeuw n.Chr. werd geloofd dat Archimedes ooit schepen in brand had gestoken. Waar kan het spiegelverhaal vandaan komen? Er is een ver moeden. In 514 n.Chr., toen een avonturier met de naam Vitalianus probeerde Constantinopel te veroveren, is een experiment met brandspiegels gedaan door een zekere Proklos. Over hem is verder alleen bekend dat hij een tijdgenoot was van de Byzantijnse ingenieur Anthemios van Tralles, die als eerste meldt dat Archimedes Romeinse schepen in brand stak met spiegels. Het is denkbaar dat hij op de hoogte is geweest van Proklos’ experimenten en het bericht daarover combineerde met de brandstichtingverhalen van Lucianus en Galenos.

Zeker weten we dit niet. Wel is zeker dat Archimedes nooit Romeinse schepen in brand kan hebben gestoken met spiegels. Johannes Kepler, Athanasius Kircher en Sir Thomas Browne wezen al in de zeventiende eeuw op het fictieve karakter van Archimedes’ brandstichterij. René Descartes (1596-1650) verwoordde het, na een kristalheldere uiteenzetting over de werking van brandspiegels, het duidelijkst:

‘Alleen mensen die maar half op de hoogte zijn van de beginselen van de optica laten zich overtuigen van onmogelijkheden. De brandspiegels waarmee, naar men zegt, Archimedes schepen op een afstand in brand stak waren buitengewoon groot – of beter, verzonnen.’

Dat heeft niet belet dat oudhistorici het Byzantijnse sprookje nog in onze eigen eenentwintigste eeuw hebben gepresenteerd als vaststaand feit.

[Wordt vervolgd]

Literatuur

Het citaat van Polybios is afkomstig uit zijn Wereldgeschiedenis 1.63.4; Athanasius Kircher ging op de materie in in De grote kunst van licht en schaduw (1648), blz. 880. Vgl. Lucianus, Hippias 2; Galenos, Over temperamenten 3.2; de opmerking van Cassius Dio, Romeinse geschiedenis 15.4, is een Byzantijnse interpolatie. De woorden van Descartes zijn te vinden in de Optique, discours 8 (1637).

Al vele jaren ga ik met plezier naar de cursussen van Livius en al heel lang reis ik met Livius naar vele landen. Het heeft mijn leven verrijkt. Mijn blik op verleden, heden en toekomst worden steeds opnieuw gevoed. Een reden om ieder seizoen opnieuw cursussen te bezoeken!

Gerrie Hofmeijer