Cippolino-marmer (Efese)

Romeinse brug

Honderdduizend per jaar waren het er geloof ik: het bezoekersaantal waarmee archeologisch themapark Archeon bij de start van zijn bestaan rekende. Dat betekende dat er over de door mij ontworpen brug – tussen het hoofdgebouw en het Romeinse deel van Archeon – zo’n tweehonderdduizend voeten per jaar zouden lopen.

Ik was net afgestudeerd als archeoloog op een onmogelijk onderwerp: Structureel Houtwerk in de Romeinse Bruggenbouw; lees: brugfunderingen. In tegenstelling tot wat ik had verwacht, was daar verschrikkelijk veel over bekend en studeerde ik veel later af dan toch al gepland. Archeologie was destijds ‘een opleiding voor de bijstand’, zo ging de grap. In mijn geval verdiende ik het leeuwendeel van mijn bijstand met een half baantje bij de gemeente Diemen als klachtenafhandelaar (overigens één van de meest leerzame banen die ik ooit gehad heb).

Tijdens mijn periode als klachtenafhandelaar solliciteerde ik me een slag in de rondte, waaronder bij Archeon. Ik werd er zowaar op gesprek uitgenodigd, waar me direct aan het begin al werd verteld dat ze me geen baan konden aanbieden, maar of ik eens naar het ontwerp wilde kijken van van hun ‘Romeinse brug’, uiteraard onbezoldigd. Omdat ik zo aan het begin van mijn loopbaan wel wat bijzonders op mijn CV kon gebruiken, wilde ik dat wel. Sterker nog: ik nam me voor om in plaats van commentaar een geheel eigen ontwerp te maken, maar vertelde dat natuurlijk niet.

In de late avonduren verrees op een tekentafel van de afdeling Beheer en Openbare Werken van de gemeente Diemen een brug met één pijler en twee landhoofden – het te overbruggen watertje was helaas niet breed genoeg voor meer – gebaseerd op de bouwtechniek van de nu nog bestaande Romeinse brug in het Duitse Trier met de maatvoering van een veel kleiner – in de jaren zestig in Luxemburg weggebaggerd – Romeins bruggetje. Enkele ingenieurs van de afdeling Civiele Techniek hielpen me met de sterkteberekeningen voor de dikte van de brugleggers, het ontwerpen van passende houtverbindingen en de regels voor de toegankelijkheid voor rolstoelen voor de hellingbanen ter weerszijden van de brug.

‘Mijn’ brug werd gebouwd en bij de opening van Archeon marcheerde een detachement Romeinse soldaten over het brugdek, dat het hield, en daarna volgden de bezoekers. Dat waren er bij lange na niet genoeg. Enkele jaren later was Archeon gedwongen om een doorstart te maken. Een groot deel van de grond werd verkocht, het hoofdgebouw verdween en het watertje waaroverheen ‘mijn’ brug lag, werd de achtergrens van het nieuwe Archeon, dat het tot op de huidige dag heeft gered en ook in zijn wat afgeslankte vorm beslist de moeite van het bezoeken waard is.

U kunt er rondlopen in het Nederland uit diverse perioden van de geschiedenis: hutten van jagers- verzamelaars uit de Midden Steentijd, de boerderijen van de eerste landbouwers uit de Nieuwe Steentijd, een hunnebed, boerderijen uit de Bronstijd en IJzertijd, gebouwen uit een Romeinse stad (een herberg, een badhuis, een theater) en een Middeleeuws dorp. ‘Archeotolken’ in bijpassend kostuum hebben verhalen te over, kinderen kunnen zelf een Romeinse mantelspeld maken en griezelen bij een gladiatorenshow. Er zijn regelmatig speciale weekeinden, waarvan de Vikingenweek eind augustus, begin september mijn favoriet is. Ook die van mijn vrouw trouwens, want tot nu toe ging ze daar nog ieder jaar weg met een paar oorbellen, een hanger of een armband. Of alle drie.

Maar voor een Romeinse brug moet u het park uit. Het hek van Archeon loopt tussen het park en de brug, die er nog steeds staat, maar half is afgebroken om te voorkomen dat onverlaten stiekem het park binnenkomen. ‘Mijn’ brug vormt nu het einde van een 1150 meter lange zichtlijn door de nieuwbouwwijk ‘Kerk en Zanen’ in Alphen aan den Rijn. Achtenveertig huishoudens aan de Triviumlaan en de Quadriviumlaan aldaar kijken nu ‘s ochtends bij het ontbijt uit op de overgroeide dwarsdoorsnede van wat eens een functionele ‘Romeinse’ brug was.

Er lopen geen bezoekers meer over ‘mijn’ brug, maar het blijft een prettig idee dat een aantal huishoudens elke ochtend uitkijkt op iets wat jijzelf hebt ontworpen en het idee - je weet het natuurlijk nooit met nieuwbouwwijken en herinrichtingsplannen – dat je bouwwerkje je nog wel eens zou kunnen overleven ook.

De lezingen en cursussen van Livius-onderwijs bieden mij de mogelijkheid uitgebreid kennis te nemen van onderwerpen die mij wel bekend zijn, maar waarin ik mij niet in eerste instantie op eigen initiatief heb verdiept.  Het volgen ervan zet nu aan tot verdere studie. Ook de studiereizen van Livius-onderwijs dienen dat doel.

Kees Tol