De Cyruscilinder (British Museum)

Ouwe troep

Nu ben ik archeoloog en ik zou dus eigenlijk vooraan moeten staan in de protesten tegen de vernielingen van oudheden die in opdracht van onze geliefde kalief zijn aangericht in de musea in Mosul. Maar daar sta ik niet. Het doet me bijzonder weinig. Ja, er gaat onvervangbaar erfgoed verloren en dat is – zelfs ik zie dat – ongelofelijk jammer. En toch wordt dit stukje geen vlammend protest, noch een begeesterde veroordeling van de barbarij die onder onze geliefde kalief zo welig opbloeit.

Daar heb ik een heleboel redenen voor. De eerste is praktisch: deze jongemannen lijden aan een Gilles de la Tourette-achtige aandoening die ze precies laat doen waar je ze juist van af probeert te houden. Hoe harder je protesteert, hoe harder ze zich zullen gaan toewijden aan het doen van wat niet mag. De stoere knapen van onze geliefde kalief zijn erop uit voor zichzelf de reputatie van een God noch gebod respecterende club te bevestigen en met protesten geef je ze precies aan in welke richting ze het moeten zoeken. In zekere zin zijn ze dan ook heel goed aan te sturen. Zoals ik al zei: jonge mannen zijn het, niet meer.

Mijn tweede reden is even praktisch als moreel: ik heb liever dat die losgeslagen hormonen losgaan in een museum met ouwe troep dan op een berg vol mensen. Als ik moet kiezen tussen mijn vak, beroep en levensvervulling versus een mensenleven is mijn keuze verrassend snel en makkelijk gemaakt. In de tijd die ze steken in het slopen van een lamassu, zijn ze niet bezig met het verbranden, kruisigen of anderszins slopen van mensen. Laat ze, als we er toch al niks aan kunnen doen.

De voorgaande twee redenen leiden tot een gedachte waarmee ik mezelf een beetje tegenspreek: zou het in dit kader geen idee zijn om de plunderingen juist te stimuleren?Mijn goede vriend Jona heeft al aangegeven dat onze geliefde kalief helemaal niet zoveel erfgoed kapot maakt als hij wil dat wij denken, maar dat de oudheden vooral worden verkocht ter spekking van de kalifatelijke kas. Er gaat dus niet zo heel veel verloren en wat we aan vernielingen zagen, was alleen de onverkoopbare rest.

Zouden we de tijd die de rebellenclub doorbrengt met schatgraven kunnen stimuleren door oudheidkundige voorwerpen flink op te kopen en zo de tijd die ze aan godgewijde zaken als moord en verkrachting besteden kunnen, verminderen? En passant zou zelfs het probleem van oudheden zonder traceerbare herkomst kunnen worden aangepakt: door significant meer te bieden wanneer die oudheden voorzien zijn van een ordentelijke opgravings- dan wel plunderingsdocumentatie. Ik zeg nu iets wat ik van de ethische code van mijn beroepsgroep eigenlijk helemáál niet mag zeggen. Maar ja, als er mensenlevens in het spel zijn, is mijn mening over wat je met een ethische code kunt doen vrij helder.

Ik verkondig een minderheidsstandpunt, ik weet het. Eigenlijk wijk ik nog veel verder af van mijn vakbroeders omdat ik over de plunderingen zelfs een beetje leedvermaak heb. Weet u, er bestaat geen beter argument tegen het heidendom dan een museum vol door mensen gemaakte afgodsbeelden waar al een paar duizend jaar geen mens meer naar omkijkt, laat staan een gebed aan richt, omdat noch die beelden, noch waar ze voor staan ook maar iets kúnnen betekenen. Zelfs onze geliefde kalief is in staat om dat in te zien.

Wie zo’n museum leeghaalt en de afgodsbeelden vernielt, weet dat over één generatie de kindertjes in het kalifaat zomaar ineens geen antwoord meer kunnen verzinnen op de volslagen belachelijke – maar op zichzelf wél pertinente – vraag waarom het opperwezen geen vliegend spaghettimonster zou kunnen zijn. Zo zullen de kalifaatskindertjes zich over een generatie of wat ook geen enkel beeld meer kunnen vormen bij de vroege geschiedenis van de islam. Waar maakte die profeet nu eigenlijk zo’n heisa over? Waren die mushrikun in Mekka nu écht zo vreselijk? Ze zullen er totaal geen beeld meer bij hebben. Tekst wel ja, veel tekst zelfs, maar zonder beelden erbij zal dat nooit gaan leven voor die kinders.

We weten natuurlijk dat de jongemannen van de kalief slechts nagels aan de doodskist van de islam vormen. We zien dat vooral in de misdaden die ze plegen, het feit dat ze God noch gebod respecteren en dat letterlijk niets heilig voor ze is. Dat is allemaal heel waar en terecht. Maar we onderschatten de wijze waarop deze lieden ook onderhuids sluipmoord plegen op de islam. De islam is niet voor niets een godsdienst van belang geworden: zij staat op de schouders van reuzen, die op hun beurt ook weer op schouders staan van niet mindere reuzen. Ook al kom je op een gegeven moment bij reuzen uit wier gedachtengoed je niet meer deelt: je geloof verliest aan betekenis wanneer je dat gedachtengoed niet meer kent.

Het kalifaat is de islam langzaam aan het isoleren van alles waarmee het ooit in verband stond en waar die islam nolens volens een deel van zijn betekenis aan ontleent. Hoe succesvoller die isolatie zal verlopen, hoe meer de islam op een lege huls zal gaan lijken en hoe onvermijdelijker de islam aan betekenis zal verliezen voor moslims. Dat is pas écht het slopen van erfgoed…

Getagged: ISIS, vandalisme

Ik heb al diverse cursussen gevolgd. Heerlijk dat dat zo dicht bij huis, namelijk in Schagen kan. Direct 'nut' heb ik vooral gehad van de cursus Byzantium, waardoor ik op reis door Bulgarije de Byzantijnse kerken goed kon herkennen. Op naar de volgende cursus!

Bertie van Mourik