Alexandermozaïek (Napels)

Nationale Wetenschapsagenda

Omdat ik naar het ziekenhuis moest, heb ik de laatste weken van 2016 enkele eerder voorbereide stukjes over de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) online geplaatst. In totaal heb ik twintig vragen behandeld. Dit was een leuke manier om, zolang mijn actieradius wat beperkt was, contact te houden met de buitenwereld.

Het laatste stukje eindigde met de constatering dat de historisch gegroeide geschiedbeelden er nog steeds zijn, samen met de al even historisch gegroeide grenzen tussen de oudheidkundige subdisciplines. Dat beschouw ik als een ernstig probleem, dat we in 2016 vaker zijn tegengekomen. In de discussies over de vraag of Julius Caesar in Kessel heeft gevochten viel bijvoorbeeld op dat, terwijl classici en historici zich afvroegen hoe letterlijk we Caesar (die met droge ogen schrijft dat er benoorden de Alpen eenhoorns leven) mochten nemen, archeologen diens beschrijvingen zonder nadere argumentatie opvatten als letterlijk bedoeld. Met deze twee problemen – enerzijds de scheiding tussen Oost en West en anderzijds het onderscheid tussen materiële en tekstuele informatie over dezelfde samenleving – zitten we al sinds de negentiende eeuw opgezadeld. Is daar iets aan te doen?


Niet zolang de subdisiciplines zich in zichzelf kunnen blijven terugtrekken. Om een voorbeeld te geven dat wat onaardiger klinkt dan ik het bedoel: classici die claims maken over de uniciteit van de Griekse cultuur, zullen door hun collega’s niet worden bekritiseerd, aangezien die evenmin veel weten van de gelijktijdige culturen. Is het menselijkerwijs al onvermijdelijk dat we in een informatiebubbel leven, het is door de verkorting van de studieduur in de jaren tachtig alleen versterkt. De al veertig jaar klinkende roep om interdisciplinariteit bewijst dat er op dit vlak veel te weinig gebeurt.

Daarom zijn wetenschapsagenda’s nuttig. Eén van de voordelen is immers dat ze wetenschappers kunnen verbinden. De agenda van 2011 was daar zelfs op ontworpen, bij de huidige is het gebeurd doordat de samenstellers de vragen hebben samengevoegd tot “clustervragen”. Het was logisch dat dit zou gebeuren, want burgers hebben geen boodschap aan de grenzen van vakgebieden. Ze vragen dus naar de Oudheid en niet naar “de Oudheid bezien met de beperkingen van een classicus” (archeoloog, oudhistoricus).

Een ander voordeel van de NWA, in feite haar bestaansreden, was dat ze burgers beter bij de wetenschap kon betrekken en zo draagvlak kon scheppen.

Een derde voordeel was, tot slot, dat wetenschappers konden ontdekken welke vragen er zoal leefden. Toen de vragenronde werd aangekondigd, waren er weliswaar onderzoekers die daar schamper over deden (“wat weet een burger daar nou van?”), maar ik kan niet anders dan zeggen dat de kwaliteit van de vragen alleszins redelijk was.

Hoopvolle ambities dus en nog gerechtvaardigd ook. Maar dan: het teleurstellende resultaat. Hoewel de wetenschappelijke instellingen worden betaald voor voorlichting, hebben voor zover mij bekend alleen Klaas Pieter Hart van de TU Delft en Marc van Oostendorp van het Meertens Instituut de moeite genomen te antwoorden (hier en daar). Begin volgend jaar zal nog een boekje verschijnen: Hoe zwaar is licht? En dan valt het doek.

Dat betekent dat zo’n elfduizend vragen onbeantwoord blijven en zo’n elfduizend burgers teleurgesteld zijn. Hart en Van Oostendorp constateerden al dat de Nederlandse wetenschap hierdoor wel erg onverschillig overkomt. De mogelijkheid traditionele grenzen te nuanceren, draagvlak te winnen en beter te communiceren met degenen voor wie de wetenschap is bedoeld… het laat de wetenschapsdames en -heren Siberisch. Kortom, de wetenschap heeft een kans gemist.

Vragen waarover is geblogd

  1. Wat waren de oorzaken en gevolgen van vroegere grootschalige migratie naar en binnen Europa?
  2. Ligt er een tunnelsysteem onder de piramides van Gizeh?
  3. Waarom hebben vrijwel alle Romeinse beelden afgebroken neuzen?
  4. In hoeverre is het juist dat de Germanen in de strijd tegen de Romeinen in onze vaderlandse geschiedenis een hoofdrol spelen?
  5. Waar komt het antisemitisme in Europa steeds vandaan?
  6. Kan een bestudering van antieke bronnen nieuw licht werpen op het ontstaan van antisemitisme?
  7. Hoe is het mogelijk dat mensen zo lang hebben gedacht dat de aarde plat was?
  8. Hoe komt het dat de grammatica van oude talen, zoals Grieks en Latijn, ingewikkelder is dan die van moderne talen, zoals Nederlands en Engels? (door Suzanne Adema) (met een reactie van Richard Kroes)
  9. Heeft Jezus Christus bestaan?
  10. Hoe was de waardering van de vrouw in het allereerste christendom direct na de dood van Jezus? (deel 1)
  11. Hoe was de waardering van de vrouw in het allereerste christendom direct na de dood van Jezus? (deel 2)
  12. Hoe kon het christendom in de vierde eeuw de overheersende religie worden in het Romeinse Rijk?
  13. Hoe verliep de kerstening van de Lage Landen (boven en onder de grote rivieren) op lokale schaal?
  14. Welke mechanismen spelen een rol bij de vorming van een identiteit in Rome gedurende de overgang van de Oudheid naar de Middeleeuwen?
  15. Wat is de oorsprong van de Westerse cultuur?
  16. Waarom is middeleeuws Europa cultureel zo homogeen?
  17. Waarom bleven de Griekse filosofen, vooral Plato en Aristoteles, zo lang maatgevend voor het Europese onderwijs?
  18. Waarom besteden oudheidkundige musea geen aandacht aan Kybele of Cybele?
  19. Assyriologie: uitgave en interpretatie van spijkerschriftteksten uit Iraq.
  20. In hoeverre (en hoe) moeten wij onze (westerse) geschiedschrijving aanpassen om het denken in tegenstellingen tussen de oosterse en westerse mentaliteiten en culturen te veranderen en zelfs te vervangen door een meer genuanceerde visie op geschiedenis?

Getagged: Nationale Wetenschapsagenda

De cursussen die ik bij Livius volgde en de vele reizen die ik maakte hebben een grote meerwaarde aan mijn leven gegeven.

Ellen Wendel