Beiroet

Het Midden-Oosten

Livius biedt een cursus aan over de geschiedenis van het Midden-Oosten. Gisteren was de eerste bijeenkomst in onze vestiging in Dronten, waar mijn collega Sigrid en ik aan een stuk of twintig deelnemers uitlegden hoe de antieke beschavingen van Egypte en Mesopotamië ontstonden en hoe de Assyriërs, Babyloniërs en Perzen de regio verenigden.

Vijfentwintig eeuwen in twee-en-een-half uur: dan heb je alleen tijd voor de hoofdlijnen. Dat zal de komende vier weken niet heel anders zijn. Op zich is dat niet erg. De mensen komen immers om de context te vernemen bij de afdeling Nabije Oosten van het RMO, om te begrijpen waarop joden, christenen en moslims teruggrijpen en om te weten wat die verdraaide Sykes-Picot-overeenkomst toch is. De cursisten komen voor kennis en niet voor vermaak.

Maar toch, als je in sneltreinvaart gaat, valt er iets weg: een bepaalde ervaring. Vorige week, toen Sigrid en ik in Libanon waren, zouden we met twee Libanese zusjes uit eten gaan. Op zo'n avond merk je allerlei kleine en grote verschillen. Het begint al als je die meiden afhaalt bij hun ouders, wat op zich al anders is dan in Nederland, waar je op je 23e en 30e wel zelfstandig woont.

Je bent dan even aanwezig in een gezin, waar je wordt onthaald in een mooie, op je bezoek ingerichte kamer; iets wat ik me van vroeger ook van het Nederlandse platteland herinner maar dat toch wat in onbruik is geraakt. Terwijl enerzijds het hele huis zich even naar jouw aanwezigheid richt, gaan de gezinsleden ook door met hun eigen activiteiten. Hier stond de televisie uit, maar dat is zeker niet bij elke familie het geval. Wat ik maar zeggen wil: de dingen die je doet in de nabijheid van gasten zijn, vanuit ons perspectief, enerzijds gekunstelder en anderzijds informeler dan bij ons.

En dat is eigenlijk steeds het thema. Net als wij trekken mensen in het Midden-Oosten grenzen tussen openbaar en privé. Ze liggen alleen ergens anders. Hun huizen zijn veel meer dan bij ons afgesloten voor de buitenwereld: anders dan in Nederland zijn er zelden open tuinen en hebben de puien geen grote ramen. In een gebied waar mensen hun erf voorzien van een buitenmuur, is de grens tussen openbaar en privé scherper getrokken. Tegelijkertijd is op straat de sociale controle groter en ik heb me wel eens afgevraagd of de vanzelfsprekendheid waarmee buren elkaar in de gaten houden, verklaart waarom er daar minder protest is tegen cameratoezicht in bijvoorbeeld winkelcentra en uitgaansgelegenheden.

Ik weet het, ik maak nu heel brede generaliseringen over “zij daar” en “wij hier”. Ik weet ook: het “eender en anders” dat op de achtergrond speelt, behoort tot de verwerpelijkste clichés, zowel bij hen daar als bij ons hier.

Een veel interessantere vraag is hoe je de grens bepaalt tussen “wij” en “zij”. De maronitische christenen bij wie we te gast waren, behoren bij Europa, net als de Turkse stedelijke middenklasse. Zij zijn “eender”. De mensen in het oosten van Turkije zijn echter zeker “anders”, net als hun sjiitische buren in Iran. Maar wat bepaalt zo'n grens?

Een andere interessante vraag is wat de factoren zijn die bepalen wat hetzelfde is en wat verschilt. Komen de overeenkomsten voort uit een universeel menselijk patroon, heeft het westen in de Middeleeuwen iets overgenomen uit de Arabische wereld, of zijn de overeenkomsten een gevolg van Brits of Frans kolonialisme?

Dit zijn de werkelijk interessante vragen. Het zijn helaas ook de vragen waar Sigrid en ik, in een cursus die niet meer ambitie heeft dan een overzicht bieden van historische thema’s die belangrijk zijn voor het begrip van het heden, niet aan de orde kunnen stellen.

Getagged: Midden-Oosten

"Niet alleen uitleggen wát we weten, maar ook waaróm we het weten": aan ambitie en lef geen gebrek. En de cursussen maken het nog waar ook.

Karel Simons