Zonsondergang (Nemrud Dagi)

Heling

VU-Assyrioloog Rients de Boer pleitte onlangs in De Volkskrant voor het bestuderen van door IS geroofd erfgoed. Het is nogal schokkend een vakbroeder zoiets te horen beweren. Bestudering van geroofd erfgoed geldt namelijk als een 'besmette' activiteit. Ik citeer de ethische code van de Nederlandse Vereniging van Archeologen:

Het kopen en verkopen van voorwerpen die uit hun context zijn verwijderd, draagt bij tot de vernietiging van vindplaatsen. Archeologen onthouden zich daarom van activiteiten die de commerciële waarde verhogen of de handel stimuleren in archeologisch materiaal dat zich buiten openbare collecties bevindt of dat niet voor wetenschappelijk onderzoek toegankelijk is.

Daar valt uiteraard handel onder. Maar ook het publiceren - of anderszins begrijpelijk maken - van geroofd erfgoed geldt als onacceptabel. Dat is hetzelfde als bij een huisbezichtiging roepen dat het je droomhuis is: dan wéét de verkoper dat hij meer kan vragen. Zo zal de prijs ook stijgen als een archeoloog bevestigt dat een beeldje echt oud of zeldzaam is.

Voorwerpen worden dus niet zomaar bestudeerd. In plaats daarvan wordt éérst naar de herkomst gevraagd. Krijgt een oudheidkundige daar geen helder antwoord op dan is zijn reactie duidelijk: geen belangstelling. Dat is niet altijd plezierig, want soms is een vondst wel héél erg uniek. De Boer noemt een extreem voorbeeld: de geroofde spijkerschriftteksten over al-Yahuda, die een beeld geven van de Joodse ballingschap in Babylonië in de vijfde en zesde eeuw v.C.

Dat is een uniek archief over een onderwerp waar we weinig van weten en dat bovendien onze bakermat betreft: als we het niet bestuderen, is de mensheid die kennis voorgoed kwijt. De Boer schetst hiermee een klassiek provenance-dilemma, waarmee hij als student kennis gemaakt móet hebben. Hij kent dus ook het antwoord: aandacht voor geroofd erfgoed veroorzaakt méér geroofd erfgoed. Daarmee is de wetenschap niet gediend.

En al zou dat wél zo zijn: wetenschap is mooi, maar niet tot elke prijs. IS verkoopt namelijk geroofd erfgoed. Van de opbrengst gaan ze Sji'ieten, Koerden, Christenen en Yezidi’s te lijf. Alles wat oudheidkundigen doen om aan dat geroofde erfgoed belang of waarde toe te kennen, verhoogt de prijs daarvan en dus de inkomsten van het kalifaat.

Kogels kosten maar een paar dubbeltjes. Het enige wat wij kunnen doen, is onze belangstelling weigeren. Dat doet pijn in het oudheidkundige hart, maar laten we wel wezen: die Joden uit al-Yahuda zijn al een paar eeuwen hartstikke dood. Yezidi's niet.

De cursussen zijn boeiend en van hoog niveau. De informatie wordt op begrijpelijke en aanschouwelijke manier overgebracht door enthousiaste docenten, die het het gewoonweg leuk vinden om mensen met hun enorme kennis wijzer te maken. En dat stralen ze dan ook volop uit. Humor ontbreekt zeker niet tijdens de gezellige en informele cursusavonden. De klassieke Oudheid blijkt allesbehalve droge kost!

Karin van Zonneveld