La Parisienne: fresco uit Mycene

Dierendag

Vandaag is de sterfdag van de heilige Franciscus van Assisi (1181-1226), wiens kerkelijke feestdag om voor mij onbekende redenen pas morgen wordt gevierd. Zoals alle heiligen was het een wat zonderlinge man, die de gewoonte had te preken voor dieren. Vandaar dat het morgen ook werelddierendag is.

Franciscus, wiens naam ‘Fransmannetje’ betekent, had echter niet zoveel op met huisdieren, wel met wilde. Toen het plaatsje Gubbio werd geplaagd door een wolf die niet alleen dieren, maar ook mensen aanviel, trok Franciscus erop uit om eens met de wolf te gaan praten. Die opzet lukte en Franciscus wist ervoor te zorgen dat de wolf de dorpelingen en hun vee niet meer lastig viel. Dat is het verhaal dat je normaal gesproken hoort.

Wat er vaak niet bij wordt verteld, is dat hij er achter kwam dat het de honger was die de wolf tot zijn daden dreef. Om dat op de lossen regelde hij een overeenkomst tussen de dorpelingen en de wolf, die ervoor zorgde dat de wolf regelmatig te eten kreeg en hij in ruil daarvoor zijn gedrag zou veranderen. Dat had succes en de wolf leefde nog twee jaar in vrede met de inwoners van Gubbio tot hij van ouderdom overleed.

Vanuit seculier oogpunt kun je dit verhaal natuurlijk zien als fictie, een wonderverhaal. Toch is het meer. Franciscus ging praten met een personage waarvan iedereen verwacht dat er niet mee te praten valt en waarvan je echt geen gedragsverandering hoeft te verwachten. Die stunt heeft hij vaker uitgehaald.

In 1219 deed hij de plaats Damietta in Egypte aan, waar de kruisvaarders pogingen deden om de stad in te nemen. Maar in plaats van te gaan vechten, vroeg hij belet aan bij de sultan van Egypte, al-Kamil, een neef van Saladin. Volgens de vroegste bronnen verbleef hij een dag of vijf in het kamp van de vijand, werd goed behandeld en keerde er ongeschonden weer van terug. Latere bronnen verhalen over bekeerpogingen en zelfs een voorstel van Franciscus de waarheid van zijn geloof te bewijzen door zich in het vuur te werpen. Een voorstel dat de sultan vriendelijk maar zeer beslist afsloeg.

Nog latere bronnen vermelden dat de sultan zich op zijn sterfbed zou hebben bekeerd als gevolg van zijn onderhoud met Franciscus. Dat verhaal stamt echter pas van lang nadat al-Kamil in 1229 Jeruzalem min of meer gratis en zonder bloedvergieten weggaf aan keizer Frederik II. Daar had hij heel goede strategische redenen voor en we zullen dus ook nooit weten of zijn onderhoud met Franciscus mede vorm heeft gegeven aan zijn opstelling tegenover de kruisvaarders.

In het voorjaar van 2011 ben ik mee geweest naar Iran. Ik was diep onder de indruk van de geschiedenis van dit prachtige land, iedere keer beeldend en boeiend verteld door Jona Lendering. Maar ook het hedendaagse Iran werd goed getoond door de lokale reisleider. Het was een geweldige, goed verzorgde reis die ik zo weer over zou doen! Op mijn verlanglijst staan nu Libanon en Libië...

Maria Kouijzer