Apollo

De mythologie van de oude Grieken

Afgelopen donderdag verscheen bij uitgeverij Athenaeum-Gennep & Van Polak mijn nieuwe boek, Goden, monsters en helden: de mythologie van de oude Grieken. Het is gebaseerd op de door mij geschreven syllabus die ik sinds 2006 gebruikte voor de Liviuscursus Griekse mythologie.

Er zijn redelijk wat boeken beschikbaar op de Nederlandse markt waarin de Griekse mythen worden samengevat. Er bestaat bij mijn weten echter geen enkel Nederlandstalig boek waarin de verhalen niet alleen worden herkauwd, maar daadwerkelijk worden behandeld. Een belangrijk punt waarin mijn boek verschilt van dat van andere is dat ik onder andere probeer aan te geven wat de belangrijkste bronnen zijn voor de verschillende mythen.

De bronnen

Iedereen kent natuurlijk de homerische epen, de Ilias en Odyssee. Deze twee gedichten, die vermoedelijk in de eerste helft van de zevende eeuw v.Chr. min of meer de vorm hebben gekregen waarin wij ze nu kennen, vormen de basis voor de Griekse mythologie. Minder bekend onder moderne lezers zijn de gedichten van Hesiodus, die in de oudheid in een adem genoemd werd met Homerus en in ongeveer dezelfde tijd actief was. Aan hem zijn twee gedichten toegeschreven, de Werken en Dagen en de Theogonie. De laatste is voor ons misschien het belangrijkste, omdat hierin het ontstaan van de wereld en de goden wordt behandeld.

Er zijn echter nog veel meer bronnen beschikbaar. Misschien is de belangrijkste bron wel de Bibliotheca van pseudo-Apollodorus. Hierin worden een groot aantal mythen op zeer beknopte wijze samengevat. De auteur geeft zelfs bronvermeldingen, waardoor we een beter idee krijgen van de inhoud van werken van vroegere auteurs die doorgaans alleen in fragmenten (of helemaal niet) zijn overgeleverd, zoals Acusilaüs van Argos en Pherecydes van Athene.

Vroeger werd de Bibliotheca toegeschreven aan Apollodorus van Athene (tweede eeuw v.Chr.), die een geschiedenis schreef vanaf de val van Troje. De auteur van de Bibliotheca maakt echter ook gebruik van Romeinse bronnen en hij was daarom waarschijnlijk actief in de eerste of tweede eeuw n.Chr. Om hem van de oudere Apollodorus te onderscheiden noemen we hem dan dus pseudo-Apollodorus.

Dit beknopte overzicht van enkele bronnen maakt duidelijk dat ons idee van ‘de’ Griekse mythen in feite een samenraapsel is van materiaal afkomstig van verschillende auteurs die nagenoeg de hele historische periode omvatten, van ca. 700 v.Chr. tot diep in de Romeinse keizertijd. Het zal u daarom niet verbazen dat sommige verhalen een beetje tegenstrijdig zijn.

Op een bepaald moment had ik het idee om een soort mythologische chronologie samen te stellen, waarin de verhalen geordend werden naar tijd. De uiteindelijke hoofdstukvolgorde pretendeert min of meer chronologisch te zijn gerangschikt, maar al snel bleek dat een gedetailleerde chronologie opstellen een futiele taak was.

Hoe verhouden bijvoorbeeld de helden Heracles en Theseus zich met elkaar? Theseus wordt normaliter gezien als een jongere tijdgenoot van de eerste, maar in de Argonautica van Apollonius van Rhodos (derde eeuw v.Chr.) is Theseus gevangen in de onderwereld terwijl Heracles zijn Twaalf Werken even had onderbroken om met Jason mee te gaan op diens expeditie naar het Gulden Vlies.

Het wordt nog lastiger als we het verhaal van de Zeven tegen Thebe erbij halen. Ik zal u de details besparen, maar in deze strijd spelen veel vaders van helden uit de Trojaanse Oorlog een belangrijke rol. Probeert u maar eens te kijken of u de chronologie rijmend kunt maken als u weet dat Peleus, de vader van Achilles, een van de Argonauten was, en dat Oedipus, vader van Eteocles en Polynices (de twee hoofdpersonen in het verhaal van de Zeven) als banneling asiel verleend had gekregen van Theseus.

Meer dan alleen teksten

Complexe materie, dus, waarbij het moeten doen met teksten uit verschillende perioden van de Griekse en Romeinse geschiedenis die soms fragmentarisch aan ons zijn overgeleverd. Maar de Grieken beeldden ook veel hun mythen af in de kunst. In sommige gevallen is het duidelijk dat geschreven verhalen of toneelstukken voor vaasschilders en beeldhouwers een bron van inspiratie vormden. Maar niet altijd. In het boek staat bijvoorbeeld een afbeelding van een Attisch bord uit de klassieke periode waarop Jason wordt getoond die uitgespuwd wordt door de draak die het Gulden Vlies bewaakt. We hebben geen enkele geschreven bron die ons iets kan vertellen dat deze scène verklaard.

Andere archeologische bronnen kunnen eveneens een interessant licht werpen op aspecten van bijvoorbeeld de goden die we kennen uit noch geschreven bronnen, noch kunstvoorwerpen. Zo wordt van het heiligdom gewijd aan de godin Hera op het eiland Samos duidelijk dat zij sterk in verband wordt gebracht met schepen en paarden. Traditioneel gezien zijn dat aspecten die met de zeegod Poseidon worden geassocieerd. Dergelijke vondsten tonen aan dat we in feite niet kunnen spreken van ‘de’ Griekse mythen: elke plek in Griekenland had vermoedelijk haar eigen tradities en we weten daar bar weinig van. Wat wij verstaan onder Griekse mythologie is in feite een moderne constructie.

In mijn boek hoop ik het pluriforme karakter van de Griekse mythen duidelijk te hebben gemaakt. Het boek is ook voorzien van enkele appendices waarin ik kort de historische en de religieuze context behandel waarbinnen de Griekse mythen werden gevormd, gebruikt en aangepast. Als u zich in de materie wilt verdiepen, dan biedt hopelijk het literatuuroverzicht, waarin ik zowel oude bronnen als moderne literatuur aanbeveel, uitkomst.

Getagged: Griekenland, Griekse mythologie

"Niet alleen uitleggen wát we weten, maar ook waaróm we het weten": aan ambitie en lef geen gebrek. En de cursussen maken het nog waar ook.

Karel Simons