Safed, Yosef Caro-synagoge

Antisemitisme (1)

Ooit was er een tijd dat Joden en Christenen elkaar op voet van gelijkheid afslachtten en de wederzijdse haat die dat tot gevolg had, is tot op de dag van vandaag terug te vinden, vooral in oude teksten en helaas te vaak in nog steeds gehuldigde opvattingen over de ander. Door een historisch toeval zijn uiteindelijk de christenen in de meerderheid geraakt en vanaf dat moment waren de joden het slachtoffer en de christenen de daders. De verdere geschiedenis mag bekend worden verondersteld, met als voorlopig dieptepunt de Endlösung, die weliswaar net zoveel met christendom te maken had als een vis met fietsen, maar toch op onnavolgbare wijze zijn oorsprong moet zoeken in de christenheid.

De eeuwenlang heersende ideeën die uiteindelijk de Endlösung mogelijk maakten, hebben een benaming gekregen: antisemitisme, en het is dankzij die Endlösung dat het woord antisemitisme een emotionele lading heeft gekregen die in geen enkele andere aanduiding die voor vergelijkbare ideeën zou kunnen worden gebruikt, terug te vinden is. Op de een of andere manier lijkt antisemitisme altijd erger dan alle andere vormen van racisme en de Endlösung wordt door velen gezien als een uniek fenomeen terwijl genocide iets is van alle tijden en plaatsen.

In de achttiende en negentiende eeuw waren er salonfähige scribenten die in volle ernst meenden dat joden nooit volledig onderdeel van de burgerlijke samenleving zouden kunnen worden. Ze waren immers aanhangers van de joodse religie, terwijl je als volwaardig lid van die burgerlijke samenleving eerst en vooral de Verlichting moest hebben omarmd. Medio twintigste eeuw verwoordde het regime van dienst in Duitsland in een propagandafilm het idee dat de joodse religie geen werkelijke religie was maar een politieke ideologie met rabbi’s als politische Erzieher. In ons eigen land komt het nog steeds voor dat demonstranten leuzen roepen als ‘Hamas, Hamas, alle joden aan het gas’.

Dat noemen we allemaal antisemitisme en terecht. We zien het – ook als we niet religieus zijn – als een ultieme vorm van kwaad. Toch schokt het ons minder wanneer hooggeleerde scribenten in de media de mening ventileren dat moslims eerst de Verlichting zullen moeten omarmen alvorens we ze als medeburgers serieus kunnen nemen. Evenmin ontstaat er beroering van noemenswaardige omvang wanneer een lid van de Tweede Kamer meent dat de islam niet gelijk hoeft te worden behandeld, omdat het geen religie is, maar een politieke ideologie. En over leuzen op de muur die oproepen alle Arabieren te vergassen, maakt slechts een enkeling zich druk.

De meeste moslims zijn geen joden, de meeste Arabieren ook niet. Maar het arsenaal aan verwijten dat op hen wordt gericht, verschilt in niets van wat we antisemitisme zouden noemen wanneer joden het lijdend voorwerp zouden zijn. We kunnen dat niet benoemen met een woord dat dezelfde emotionele lading heeft als het woord ‘antisemitisme’ en dat is wel wenselijk. Want naast de opvatting dat antisemitisme erger is dan alles omdat het zijn unieke dieptepunt vond in bijna zes miljoen vermoorde joden, bestaat de opvatting die niet zozeer het resultaat als maatstaf neemt, maar de ideeën en processen die ertoe hebben geleid.

Primo Levi gaf ooit op de vraag of de Endlösung nog eens kon gebeuren het nuchtere antwoord: ‘Het is al een keer gebeurd en dus kan het nog een keer gebeuren.’ Het voorvallen van de Endlösung toont met andere woorden aan dat de ideeën en processen die in principe deze genocide denkbaar maken, deze ook daadwerkelijk kunnen veroorzaken. Bezien vanuit dat perspectief is het belangrijk om dezelfde ideeën en processen te kunnen benoemen met begrippen die eenzelfde emotionele lading hebben. Die processen en ideeën hebben echter niet uitsluitend betrekking op joden: ze zijn niet uniek en dat zorgt ervoor dat we – wanneer we dáárover willen spreken –we ons van minder slagkrachtige taal moeten bedienen als de slachtoffers niet joods zijn.

In zekere zin beroven we zo diegenen die ideeën en processen willen signaleren die zowel een rol spelen in het antisemitisme als in andere vormen van racisme, van (de effectiviteit van) hun taal. Ze moeten het uit de trits logos, ethos, pathos, met een gebrek aan pathos doen. Daar zijn twee oplossingen voor. We kunnen het woord antisemitisme afschaffen en vervangen door racisme, of we passen het begrip antisemitisme voortaan ook toe wanneer het geen joden betreft, maar wel dezelfde trucs. Geen van beide oplossingen is erg elegant en tegen beiden bestaan in ieder geval van één kant onoverkomelijke bezwaren.

Wat ik leuk vind aan de boeken, de blogs en de cursussen is dat ik steeds iets aangewezen krijg dat ik zelf nooit zou hebben gezien, maar bijna altijd de moeite waard vond.

Nico de Ridder